Aanvangsgroep ZML
 
(Advertentie)
(Advertentie)
(Advertentie)
(Advertentie)
Getalbegrip

Het opzeggen van de telrij is een veelvoorkomende routine op de peuterspeelzaal of het kinderdagverblijf. Bijvoorbeeld door te tellen hoeveel kinderen er aanwezig zijn komen de kinderen spelenderwijs in aanraking met de telrij. Vaak zijn ze zich niet bewust van het totaal aantal kinderen, maar hebben ze er plezier in om het versje van 1 tot 10 op te zeggen.

Oriënteren

Sommige activiteiten die talig lijken gaan eigenlijk over rekenen. Bijvoorbeeld de activiteit uit Puk waarbij er krantenproppen door het hele lokaal worden gestrooid en daarna samen worden op geruimd. Deze activiteit gaat gepaard met rekenkundige begrippen, de voorzetsels: voor, achter, onder, naast, op, etc. Als leidster is het heel belangrijk om deze begrippen te gebruiken tijdens zo'n activiteit.

Ordenen, vergelijken

Kinderen zijn nieuwsgierig naar hoe dingen eruit zien. Samen kleine (speelgoed)dieren bekijken en de verschillen of overeenkomsten tussen de dieren benoemen is een leuke en leerzame activiteit.

Meten

De meest eenvoudige manieren van meten doen zich vaak voor in de omgeving van het jonge kind. Bijvoorbeeld als twee kinderen vergelijken wie het langste is, of wie het meeste limonade in zijn glas heeft. Samen met de kinderen heb je een gesprekje over de begrippen groot en klein, lang en kort. Hierdoor groeit langzaam het besef wat meten inhoud.

(Advertentie)
Je kunt met duploblokken ook goed sorteren oefenen

Ontdekactiviteiten zijn leuke activiteiten waarbij kinderen kunnen experimenteren met (nieuwe) materialen. Een voorbeeld van een ontdekactiviteit is kijken door een verrekijker, of ontdekken wat je allemaal kunt zien in de spiegel, of het passen van verschillende maten kledingstukken.

Wist je dat knutselen met kosteloos materiaal, en het bouwen van een toren ook rekenenactiviteiten zijn? Een belangrijk onderliggend doel hiervan is het stimuleren van het denkvermogen van kinderen. Door kinderen bovenstaande ervaringen te laten opdoen leren ze de wereld om hen heen beter te begrijpen. De kinderen leren duidelijk te verwoorden wat ze zien en wat ze hebben ontdekt.

Wat betekent dit voor jou als voorschoolleidster in de praktijk:
  • Samen met de kinderen ontdek je het materiaal.
  • Je gebruikt rekenbegrippen, zoals meer/minder, groot/ klein, leeg/vol bij activiteiten en spel.
  • Je gebruikt voorzetsels (onder, op, boven, achter) om aan te geven waar iets ligt.
  • Samen met de kinderen beschrijf je verschillen en overeenkomsten van materialen en/of afbeeldingen.
Een regenboog maken door gekleurde fiches neer te leggen
(Advertentie)
(Advertentie)
De kleuren oefenen met gekleurde rijst en leuke speeltjes