Voor deze website is het gebruik van cookies vereist, klik hier voor meer informatie. later opnieuw tonen ik ga akkoord met cookies
 
  • Aanvangsgroep ZML
    Bezoekers:
  • Profiel
    Welkom op mijn site!
    Ik ben juf Sandra en ben werkzaam als groepsleerkracht binnen het ZML onderwijs. Het leek mij handig om voor de aanvangsgroep een aparte site te maken. Als je tips of opmerkingen hebt dan kun je me gewoon mailen.
  • ZMLK

    Een ZMLK school is een school voor speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs. Het onderwijs richt zich op leerlingen, die door een verstandelijke beperking problemen hebben met leren. Het leren gaat langzamer en is minder gericht op resultaat.

    Plaatsing op een school voor ZMLK is afhankelijk van het IQ van het kind. Dit moet onder de 55 zijn of tussen de 55 en 70 met aanvullende problematieken zoals:

    • stoornissen in het autistisch spectrum (ASS)
    • ADHD
    • PDD-nos
    • motorische problemen
    • problemen met de spraak en de taal
    • problemen met zien en horen
    • problemen op het sociaal-emotionele vlak

     

    Volwaardig onderwijs

    Het onderwijs aan deze kinderen bleef in het verleden wat hangen op het niveau van dagbestedingsopvang. Er was groeiende behoefte aan onderwijs voor kinderen uit deze doelgroep, die net als andere kinderen in die leeftijd recht hebben op volwaardig voortgezet onderwijs. Door toegenomen kennis bij leerkrachten en een onderwijsaanbod dat beter aansluit op de toekomst van deze leerlingen is deze vorm van speciaal onderwijs ontstaan.

    De ontwikkelingsproblemen per kind verschillen zeer. Daarom wordt het onderwijs zoveel mogelijk aangepast aan het niveau van de individuele leerling. Voor alle leerlingen op een ZMLK-school geldt dat ze speciale begeleiding nodig hebben.
    In de klas is daarom naast de leerkracht tevens een onderwijs- of klassenassistent te vinden.

    Onderwijsassistent

    Een onderwijsassistent werkt onder verantwoordelijkheid van de leerkracht.Hij assisteert de leraar en springt bij wanneer een leerling extra hulp of aandacht nodig heeft.De taken van de assistent liggen in het begeleiden van leerlingen, het extra aandacht geven aan kinderen die niet goed mee kunnen komen.Verder legt de assistent lesmateriaal klaar, start computers op en helpt met opruimen. Hij of zij kan leerlingen extra uitleg geven bij dingen die ze niet goed begrijpen, helpt hij de leerkracht met het nakijkwerk en is aanwezig bij vergaderingen.

    Tot ongeveer 13 jaar gaat het kind naar het SO (speciaal onderwijs), de groepen bestaan uit ongeveer 13 tot 15 kinderen. Daarna stromen ze door naar het VSO (voorgezet speciaal onderwijs) waar ze tot hun 20ste levensjaar blijven. Het onderwijs is gericht op zo zelfstandig mogelijk wonen, werken en het inrichten va de vrijteijdsbesteding. Alle kinderen krijgen dezelfde vakken op school, maar niet alle leerlingen zullen even ver komen.Een ZMLK school kent geen “eindtermen” waar een leerling aan moet voldoen.Er wordt uitgegaan van de mogelijkheden van de leerlingen, maar ook rekening gehouden met de beperkingen.

    Vakken ZMLK onderwijs

    De volgende vakken worden in het ZMLK onderwijs gegeven:

    (Sociale) redzaamheid
    Bijvoorbeeld:

    • jezelf verzorgen
    • boodschappen doen
    • koken en bakken
    • het lezen van de TV gids of het echte lezen
    • het omgaan met hoeveelheden, geld, maten en gewichten
    • klok kijken
    • rekenvaardigheden
    • het onderscheid van vormen en kleuren
    • het herkennen en schrijven van de eigen naam.
    • het gaat er om dat de leerling zijn/haar kennis zoveel mogelijk in het eigen leven kan gebruiken.


    Om deze vakken zoveel mogelijk praktisch aan te kunnen bieden is er vaak sprake van een bepaalde samenhang in de manier waarop de lessen worden gegeven. Voor een kookles gaan leerlingen bijvoorbeeld zelf boodschappen doen, ze moeten hierbij verpakkingen lezen en leren met geld om te gaan. Tevens leren ze zich te redden in het verkeer.

    Wereldverkenning
    Praktische kennis van de wereld om je heen door met projecten te werken, dit wordt verweven met de vakken als

    • biologie
    • aardrijkskunde
    • huishoudelijke vorming
    • geschiedenis
    • verkeer


    Deze vakken worden ook zoveel mogelijk in samenhang gegeven, aangepast aan het niveau van de leerling.

    Expressievakken
    Bij deze vakken leert de leerling technieken en vaardigheden die bij creativiteit horen zoals prikken, knippen, plakken, kleuren, zagen. Allerlei technieken worden toegepast bij handenarbeid, tekenen, houtarbeid, werken met klei en andere handenarbeidmaterialen.

    Gymnastiek
    Hierbij wordt aandacht besteed aan houding en beweging.

    In het VSO komen er nog vakken bij als Algemene techniek en huishoudkunde bij. Op de meeste VSO scholen doen leerlingen vanaf hun veertiende jaar 'interne stages', dit zijn stages sie op school worden gelopen. Leerlingen moeten bijvoorbeeld koffie- en theepauzes verzorgen of maken per tourbeurt de school schoon. Verder leren ze was vouwen en tuinwerkzaamheden.

    De bedoeling van deze interne stages is de leerling klaar te stomen voor werk in een sociale werkvoorziening of indien mogelijk opde reguliere arbeidsmarkt, zodat de leerling zo goed mogelijk op de toekomst is voorbereid. 

      

  • De aanvangsgroep

    Aanvangsgroep : Als kinderen voor het eerst op jonge leeftijd naar school gaan komen ze in de aanvangsgroep. Het eerste doel van de aanvangsgroep is het onderwijssysteem onder de knie krijgen, leren om in een groep te functioneren en samen te werken want dan zijn de resultaten bij alle activiteiten beter.

  • Niveau van ontwikkeling

    Tegenwoordig spreekt men niet meer van verschillen in verstandelijk onvermogen, maar in het niveau van ontwikkeling. Hierbij deelt men de verschillende vormen van ontwikkeling op in niveaus van ondersteuning. Men spreekt hierbij bijvoorbeeld van geen of lichte ondersteuning tot volledige ondersteuning. Dit is om het gevoel van eigenwaarde en eigenheid van die persoon beter te kunnen beschermen.

     

    Het Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders-IV-TR (editie 2000) maakt een onderscheid tussen milde, middelmatige, zware en zeer zware retardatie:

     

    ·         Milde retardatie (lichte verstandelijke beperking): 75% van de mensen met een verstandelijke handicap behoort tot deze groep. Het gaat om mensen met een intelligentiequotiënt (IQ) van 50 tot 70. Deze vorm werd voorheen ook wel debiliteit genoemd.

    ·         Middelmatige retardatie (matige verstandelijke beperking) komt voor bij 18% van de verstandelijk gehandicapte personen, waarbij het gaat om mensen met een IQ van 35 tot 50.

    ·         Zware retardatie (ernstige verstandelijke beperking) houdt in dat er, behalve een IQ van 20 tot 35, ook een minimaal communicatief gedrag, een zwakke motorische ontwikkeling en behoefte aan constante supervisie is. Zo’n 7% van de gevallen valt in deze subcategorie.

    Diepe retardatie (diepe verstandelijke beperking) komt slechts voor in 1% van de gevallen en duidt op een IQ van minder dan 20. Mensen die hieraan lijden, hebben behoefte aan een structurerende omgeving. Zintuiglijke stimulering en voortdurend toezicht. Slechts in uitzonderlijke gevallen is er (minimale) spraak.

 
Add to Yurls